Negatieve emoties, thuis en op school

 

Agressiviteit, of liever gezegd negatieve emoties bij kinderen is altijd een onderwerp dat veel stof doet opwaaien. Veel ouders willen geweldloze communicatie en het liefst een opvoeding zonder pistooltjes: vervolgens komen ze om half drie op school en horen ze een enorme woede-uitbarsting van een kind of zien ze dat hun kind een geweer heeft gebouwd van Lego. Hoe is dat te rijmen? Bij deze een verslag over hoe wij op Aventurijn omgaan met dit thema, in de hoop dat je er inspiratie uithaalt voor thuis of op school.

Wij zien het leven als een geheel van donker en licht. Dit geldt in het groot: oorlogen en vredespogingen,  maar ook in het klein: in ieder mensen zijn beide krachten werkzaam.  Uiteraard is het streven naar een balans waarbij de negatieve emoties/krachten hanteerbaar zijn  voor jezelf en de omgeving,  zonder onderdrukt te hoeven worden.

Algemene ontwikkeling van het kind

Ook een kind krijgt al vroeg te maken met agressie. Uit onderzoek blijkt dat zelfs baby’s  al negatieve emoties ervaren. Ook is uitgebreid onderzocht en aangetoond dat in alle culturen, bij alle mensen aspecten van boosheid en negativiteit spelen.

Bij een zich normaal ontwikkelend kind is er sprake van een toename van “agressiviteit”in de peuterleeftijd: het kind ontdekt dat het iemand anders is dan moeder of vader en dat het dus ook andere dingen kan willen. Dat moet uiteraard worden uitgeprobeerd. Het kan zich echter nog niet verplaatsen in een ander. Dus als het een speeltje wil, pakt het dat gewoon ongeacht de reactie van de ander. En zint het je niet dan kan je slaan, schoppen, bijten of heel hard schreeuwen.

Dit kan vaak overkomen als agressiviteit, maar is in feite een nog onvoldoende begrip van de dingen. Het kind doet niet bewust iemand pijn. De innerlijke drang om datgene voor je zelf op te eisen wat je wilt is veel groter dan de wetenschap wat het met de ander doet of wat wel en niet mag.

Over het algemeen kun je stellen dat jongens meer geneigd zijn zich d.m.v. agressiviteit te uiten. Zeker als je weet dat hormoonschommelingen  hier invloed op hebben . Rond het vierde jaar en tussen de 10 en 14 jaar hebben jongens vaak een tijdelijke toename van agressief gedrag i.v.m hun hormonen. ( boek: “Jongens , hoe voed je ze op? “ Steve Bidulph)

 

Er zijn diverse redenen te noemen waarom kinderen heftig kunnen reageren of moeite hebben hun negatieve emoties zo te hanteren als wij, vredelievende volwassenen, graag zouden willen zien.

 

  • Verschillende temperamenten. Steiner onderscheidt 4 temperamenten ( cholerisch, melancholisch, sanguinisch en flegmatisch). Anderen noemen het aarde, water, lucht en vuur types. Een flegmatisch kind zal niet snel slaan of schelden; die zal de negatieve emotie eerder naar binnen trekken. Verder kent iedereen de introverte types en de extroverte types.
  • Culturele factoren: Een mediteraan gezin is doorgaans veel extremer in het uiten van emoties. Zo waren 2 leerlingen van ons op bezoek bij een Italiaans gezin. Zij hadden het idee dat zij daar constant ruzie maakten; terwijl dat in de beleving van deze mensen absoluut niet zo was.
  • Voeding; zoals bekend zijn sommige kinderen erg gevoelig voor e-nummers , suikers etc. Ook zijn er kinderen die nog onvoldoende lichaamsbesef hebben om op tijd te eten en drinken. Als zij te weinig in hun maag hebben kunnen de emoties toenemen.
  • Er worden momenteel steeds meer gevoelige/nieuwe tijds/indigo/kristal kinderen geboren. Wat wij ervaren is dat deze kinderen vaak moeite hebben met het leren omgaan met emoties. Zij hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel, kunnen boos worden om ( vermeend) onrecht, maar begrijpen ook vaak emoties niet. Waarom wordt een ander kind boos of verdrietig? Hoe ga ik om met dat gevoel van binnen dat niet fijn is…..Waarom zijn andere mensen/kinderen anders dan ik? Deze kinderen zijn vaak uitermate sfeergevoelig en kunnen al helemaal boos of in paniek raken als je hen duidelijk doch beslist een grens stelt. Dit associëren zij met een minder fijne sfeer en reageren hier overgevoelig op . ( iets dat wij dan weer niet begrijpen omdat je verre van boos was)
  • Ouders. Uiteraard is de rol van ouders ook van grote invloed. Dat is concreet: hoe benader je je kind: als je als ouder schreeuwt kan je niet verwachten dat je kind rustig blijft. Dit is het stukje zichtbare voorbeeld dat je geeft. Een voorbeeldje: Een tiener was verbaal agressief. Wat en hoe wij ook probeerden hem daar attent op te maken: het bleek niet door te dringen. Totdat wij hoorden hoe zijn vader met hem omging: de ene kleinerende opmerking na de andere….tja…
  • Wat van misschien wel grotere invloed is, zijn je onbewuste boodschappen. Stop je je eigen emoties weg? Schrik jij als je kind een boze bui heeft? Keur je dat eigenlijk af? Leeft het kind jouw weggestopte emoties uit? Dit zijn natuurlijk hele lastige zaken om te herkennen. Een van de alarmlichtjes zouden kunnen zijn dat als jij een heftige emotie voelt bij bepaald gedrag  dat dit meestal iets zegt over jezelf. Immers: elk gedrag is neutraal! Je reactie is persoonlijk. Een aan te raden boek rond dit thema : “Het fluisterkind” door Janita Venema.
  • Vorige levens of entiteiten. Zeker bij gevoelige kinderen wil het nog wel eens zo zijn dat gebeurtenissen uit vorige levens of het collectieve verleden van de familie/cultuur meespeelt. Ook zien wij regelmatig dat agressieve kinderen rustiger worden als er entiteiten zijn weggehaald. Belangrijker in zo’n geval is nog dat het kind zelf leert zich af te sluiten voor dit soort energieën. Dit valt wat ons betreft onder”behandelingen”en zal altijd in overleg met ouders en genezer gebeuren.
  • Genetische factoren: Sommige kinderen hebben meer aanleg voor heftige reacties.
  • De maatschappij: De manier waarop er op TV, spelletjes, en op straat omgegaan wordt met elkaar zijn van invloed op het gedrag van kinderen. Zo zien wij vaak dat nieuwe kinderen die op Aventurijn komen nog veel agressie bij zich hebben dat dan na verloop van tijd verdwijnt. “Ach, hij weet nog niet hoe we hier met elkaar omgaan”, was een opmerking van een van de kinderen hier nalv gedrag van een nieuw kind.

 

Maar hoe gaan we daar nu op school mee om?

 

Zoals je zult begrijpen is er geen eenduidend antwoord op te vinden; omdat de oorzaak van het ongewenste gedrag  mede bepaalt  voor welke aanpak je kiest.

Allereerst zien wij alle gedrag van kinderen, of wij het nu als positief of negatief bestempelen, als leerproces. In het geval van een kind dat woedend is, is dit kind iets aan het leren, maar ook de kinderen die erbij staan of “slachtoffer”zijn, zijn aan het leren. Wat je uiteraard wilt is dat iedereen met emoties van zichzelf en van een ander op een gezonde manier om leert gaan.

Ons doel is kinderen  leren bewust te worden van hun emoties en  hoe daar mee om te gaan: Je reageert nu boos, maar ben je ook boos? Of ben je misschien wel verdrietig? Of teleurgesteld? Als je boos bent kan je schreeuwen, maar dat is erg vervelend voor de mensen om je heen: zijn er andere manieren om je boosheid te uiten?

Ieder kind heeft daarbij zijn eigen “gebruiksaanwijzing”. De een vraagt om duidelijke grenzen, de ander heeft een plekje nodig waar het zich kan afreageren, of afzonderen. De een laat iedereen meegenieten van zijn/haar woede, de ander verpakt het in  vervelende opmerkingen of  sluit zich helemaal af en kan zijn/haar emoties helemaal niet tonen.

Geen enkel kind is slecht, of agressief. Meestal houdt bepaald gedrag een vraag in. Zaak is het om als volwassenen te ontdekken wat die vraag is.”Help mij mijn emoties te hanteren/begrijpen?”, “Help mij vrienden te maken”. “Help mij mijzelf te uiten” De meeste agressieve kinderen lijden zelf erg onder hun eigen uitbarstingen. Ze willen het niet, worden er onzeker van, maar weten nog geen andere manier van met de gebeurtenissen en gevoelens om te gaan. Het moeilijkste voor volwassenen is NIET TE OORDELEN!!!!!! Niet naar de kinderen, maar ook niet naar de ouders, begeleiders. Ouders voelen zich vaak schuldig als hun kind expressief agressief is. Vaak wordt er ook met de vinger naar hen gewezen. Dit  oordelen maakt de situatie alleen maar moeizamer. Hulpzamer zou zijn de ouders en het kind te ondersteunen; zodat de ouder zich vrij voelt om eerlijk naar zijn/haar eigen gedrag te kijken en te onderzoeken welk deel er bij het kind zelf ligt. Want ALLES is een leerproces, voor kind, begeleiders én ouders!

Preventie op school

Op het moment dat een kind zich veilig voelt in de groep zal het makkelijker op een rustige manier zijn/haar emoties durven te tonen dan in een onveilige groep. Als je betrokken bent bij elkaar is het makkelijker elkaar te vergeven of iets van elkaar te velen. Daarom zijn de ochtend en slotkringen van essentieel belang. Kinderen die die regelmatig missen hebben vaak veel meer problemen met andere kinderen.  Zo kwamen een paar kinderen steeds pas na de ochtendkring op school. Zij begonnen dan gelijk te spelen en hadden niet iedereen  gezien. Uiteraard hadden zij hun vriendjes, maar de kinderen waar zij uit zichzelf geen contact mee maakten bleven vreemden voor hen: er was totaal geen band. Waarom zou je begripvol zijn tegen iemand die je nauwelijks kent? Nadat zij wel weer op tijd kwamen merkten wij weer duidelijk dat het aantal conflicten rondom deze kinderen afnam.

Vaak hebben wij gezien dat 2 kinderen die het moeilijk hebben samen, iets spiegelen in elkaar. Door dat uit te werken hebben wij regelmatig gezien dat het juist goede vrienden werden. Sommige kinderen hebben ook karmisch wat uit te werken.  Wat mooi is te zien op de langere termijn, en moeilijk te zien als je er midden in zit, is de manier waarop kinderen uiteindelijk kunnen spreken over hun eigen gedrag, maar ook over dat van een ander. Een jongen die op zijn 10E hier kwam en vaak ruzie had en soms zelfs de stoelen door het lokaal liet vliegen, kon na deze periode heel goed andere kinderen die boos waren helpen: “Joh, dat had ik toen ook heel vaak; ik heb toen…gedaan en dat ging heel goed.” Ook zien we bij kinderen die zelf niet agressief zijn dat zij andere kinderen proberen te helpen. Wij verwoorden het vaak zo: Iedereen moet dingen leren: hij leert om te gaan met zijn boosheid, en jij leert fietsen…. Misschien kunnen we elkaar helpen.  Kinderen die niet direct zelf betrokken zijn bij negatief gedrag zien wel andere kinderen ermee worstelen en ermee om leren gaan. Dit kunnen zij soms op oudere leeftijd heel goed verwoorden. “Weet je nog hoe hij veranderd is?” Wat ze wat mij betreft hiermee tevens leren is de onderliggende boodschap: “iedereen is OK, en iedereen kan veranderen.” Een houding waarbij ze leren  mensen steeds weer de gelegenheid geven te veranderen en te vertrouwen.

Wij proberen kinderen uit te leggen wat er gebeurt, zodat ze het verband gaan zien tussen hun eigen manier van reageren en dat van de ander. Dit kan uiteraard nog niet bij alle kinderen en op alle leeftijden. Soms zijn kinderen nog niet zover dat zij dit aan kunnen. Dan zitten zij nog in de fase van het leren accepteren van hun gevoelens.

Grenzen stellen

Veel discussie ontstaat meestal als het gaat om de grenzen te stellen aan agressief gedrag. “verboden te slaan”is voor iedereen duidelijk, maar dit is een zinloze regel als Jantje uit pure woede met zijn schepje op het hoofd van Pietje slaat. In zijn woede worden de regeltjes vergeten. Het kind heeft dan te weinig mogelijkheden om zijn eigen gedrag al te reguleren en dus te weten dat hij zich op dat moment aan de regel dient te houden. Uiteraard is ingrijpen door een volwassene dan geboden.

Lastiger wordt het bij de meer grijze gebieden: Laat je kinderen hun eigen ruzies uitvechten? Begeleid je dat? Hoe dan? Wat leren ze daarvan?

Zodra wij merken dat een conflict niet meer door een rustige conversatie kan worden opgelost, grijpen wij in. Als het te heftig is zullen eerst de emoties moeten bedaren. Dat kan betekenen dat een kind gevraagd wordt even een rustig plekje op te zoeken om uit te razen ( Dit is nooit een straf!!!) Immers niet iedereen hoeft altijd mee te genieten van het geschreeuw of de woede van een ander. Ook als een kind materiaal vernielt grijpen wij in: dit kan voor een buitenstaander soms vrij heftig lijken. Voor sommige kinderen is een fysieke grens belangrijk ( vastpakken) of juist absoluut niet. Als de kinderen rustig zijn geworden dan proberen wij hen hun emoties te laten verwoorden; soms samen, soms apart. Soms is het nodig de “strijdende partijen”bij elkaar te brengen; soms kunnen ze dat zelf. Wij proberen zoveel mogelijk als de ondersteunende begeleider de kinderen te helpen zelf hun problemen op te lossen. Opmerkingen als: “eerlijk samen delen”komen van een volwassene die het conflict voor het kind wil oplossen, in plaats van het kind helpen zelf een oplossing te vinden. ( die kunnen overigens heel creatief zijn)

Belangrijk is je te realiseren dat de belevingswereld van een kind anders is dan die van ons: kinderen kunnen vaak makkelijker vergeven; spelen na een heftige ruzie even later weer verder.

Kinderen die echt veel moeite hebben met boosheid begeleiden wij ook d.m.v gesprekjes of afspraken. Zo had er ooit één jongen een eigen plekje waar hij kon zijn als hij boos was, besprak ik met een ander regelmatig de situatie waardoor hij meer inzicht kreeg en praktische tips hoe ermee om te gaan. Veel ontstaat heel spontaan tussendoor. Soms gaat de problematiek te ver voor ons en is een andere plek meer aangewezen voor het betreffende kind.

Boosheid, woede zijn de negatieve kanten van kracht; vaak is het kracht die geen uitweg vindt. Van belang voor kinderen met veel ongeremde krachten zijn activiteiten waarbij ze die krachten gericht kwijt kunnen. Voor de een is dat trampolinespringen, voor de ander pianospelen of schilderen.

Straffen of belonen?

Straffen van een kind dat ongewenst gedrag vertoont heeft ons inziens geen enkel effect. Ook het belonen van gedrag werkt vaak niet, immers: als ik beloon geef ik ook een waarde oordeel, als ik het eens niet beloon is het dan meteen slecht? Uit onderzoek bleek zelfs dat m.n bij agressieve kinderen straffen averechts werkt.

In feite is het leven zelf voor kinderen met veel boze buien al straf genoeg: zij hebben er zelf vaak veel last van: want andere kinderen willen soms niet meer met hen spelen, of ze voelen onmacht omdat ze wel willen, maar niet kunnen veranderen. Het dragen van consequenties is uiteraard iets heel anders: Als jij in je woede een bouwwerk van een ander kapot hebt gemaakt, dient er een oplossing te komen en je de gevolgen te dragen. Dit wordt meestal niet als straf ervaren maar als terecht gevolg van gedrag.

Grenzen stellen is uiteraard wel van essentieel belang: grenzen stellen zonder het kind te veroordelen. Het kind is OK, het gedrag kan soms niet worden getolereerd.

 

 

 

Begeleiders

Omdat begeleiders ook mensen zijn die zich ontwikkelen en emoties hebben, is het van belang dat zij ook regelmatig  hun eigen  handelen en de eraan gekoppelde emoties onder de loep nemen. Van de begeleiders wordt verwacht dat zij dit zelfstandig als een soort tweede natuur doen, maar ook tijdens teamvergaderingen en teamdagen wordt daar aandacht aan besteed. Soms maken we afspraken: als een begeleider teveel getriggerd wordt door een bepaald kind kunnen we voor een periode afspreken dat die begeleider vooral positief contact gaat maken met dit kind en lost een collega de conflictsituaties op.

 

Ouders

Zoals ik al eerder beschreef hebben ouders een rol als het gaat om het gedrag van hun eigen kind, maar ook op school hebben zij hun invloed. Veel ouders zien een klein stukje van gedrag van een kind en een reactie daarop meestal tijdens spitsuur. (Einde van de dag en opruimtijd is de ultieme “bozebuienperiode”….)Vooral als je zelf een rustig kind hebt dat zijn/haar agressieve gevoelens op een wat minder heftige wijze toont, is het moeilijk te zien als een ander kind wel heel fel is. Het oordeel ligt dan al snel klaar. Wat goed is om je af te vragen hoe je zelf met agressiviteit en je eigen boosheid omgaat. Mag dat er zijn? Hoe uit je die gevoelens? Als je moeite hebt met agressie van een ander kan dat iets zeggen over het ontkennen van je eigen agressie. Ook zou het kunnen dat jezelf , net als je kind, ook zo’n gevoelig persoon bent die een ideaal beeld heeft van een vredige wereld. Elke keer als blijkt dat we hier nog niet op dat punt zijn is dan een shock en roept weerstanden op. Maar het verbieden van deze heftige emoties bij kinderen maakt gefrustreerde volwassenen. Realiseer je dat je waarschijnlijk weinig weet van de specifieke ontwikkeling van het betreffende kind. Vaak is er een reden voor het gedrag en reden voor de manier waarop wij omgaan met een specifiek kind.

Ook kan het zijn dat je het bedreigend vindt of schadelijk voor je eigen kind, die je zo graag vreedzaam wil laten opgroeien. Ik denk dat in de meeste gevallen het tegenovergestelde waar is. Ook hele rustige kinderen zullen moeten leren omgaan met agressie van anderen en zichzelf. Zij leren meer van een omgeving waar met veel zorg wordt omgegaan met allerlei emoties, dan van een omgeving waar bepaalde emoties worden vermeden, of juist een eigen weg gaan leiden ( zoals helaas op veel scholen waar de agressiviteit toeneemt). De emotie is nl. altijd OK, de uiting van de emotie is iets dat soms grenzen behoeft. Ook van belang voor dit soort introverte kinderen is dat zij ook uitleg krijgen en vertaling van de heftige gedragingen van andere kinderen. Zo was er een jongen die heel erg geschrokken was van een uitbarsting van een ander kind. Hem moest duidelijk worden uitgelegd waarom de boze knul reageerde zoals hij deed. Dit soort kinderen moet vaak geleerd worden heftige emoties van een ander bij de ander te laten en niet op te zuigen.

Het is voor de begeleiders niet altijd duidelijk wat een kind opzuigt, vaak komen die verhalen er thuis uit. Het is dan van belang dit wel te bespreken met de begeleiders zodat wij het betreffende kind ook daarin kunnen begeleiden.

Vaak komen kinderen thuis met hele heftige verhalen. Zo hoorde ik eens dat een meisje thuis altijd vertelde dat er steeds ruzie was op school. Dit kan je als ouder aannemen en denken dat er iets flink fout zit op school….. Bij nader onderzoek bleek in dit geval dat het ging om een heel gevoelig meisje dat alles oppikte. Er waren op dat moment op school juist erg weinig conflicten, de dagen verliepen in volle harmonie. Maar aan het eind van de dag was het  een paar keer voorgekomen dat een van de kinderen wat heftig reageerde. Dit maakte op dat meisje echter zo’n indruk dat dát was wat zij thuis vertelde. In onze ogen zegt dit iets over het betreffende meisje die dus kennelijk begeleid moest worden bij leren hanteren van agressie bij een ander ( waar zij ogenschijnlijk totaal niet bij betrokken was).  Kinderen vertellen vaak die dingen die zij aan het eind van de dag hebben meegemaakt of heel veel indruk hebben gemaakt: in hun beleving kan dat dan de hele schooldag domineren.

Ook kan het zo zijn dat kinderen dat vertellen wat ouders onbewust graag wil horen. Bijvoorbeeld een ouder die twijfelde aan de school op het gebied van gewelddadig  spel. Het kind vertelde thuis  in geuren en kleuren wat het allemaal voor een pistolen had gemaakt en wat al die andere kinderen wel niet voor een spannende dingen deden. De ouder werd zo bevestigd in zijn (voor)oordeel . Bij navraag bleek dat het spelen met zelfgemaakte pistooltjes aan het afnemen was, dat hun kind slechts een half uurtje hiermee bezig was geweest en dat er strikte grenzen aan gesteld waren. Daarnaast vertelt het kind uiteraard niet wat voor een prachtige gesprekken er geweest zijn op het gebied van bewustwording rondom wapens en oorlogen, en dat het spelen met die zelfgebouwde wapens dient ter verwerking van alles wat kinderen hier over te horen/zien krijgen. Wat spiegelde dit kind deze ouders?

Belangrijk is denk ik om je steeds te realiseren dat je je kind wel serieus moet nemen in wat het vertelt; het zijn immers zijn/haar belevenissen en emoties, werkelijkheid. Als je daar je eigen belevenissen en emoties overheen gooit, dan onstaat er een verhaal dat wellicht ver weg staat van de concrete gebeurtenissen. Voor een kind ( en voor veel volwassenen….) is het vaak moeilijk om een feitelijk verhaal te vertellen. Het is belangrijk je dit goed te realiseren als je een verhaal hoort van je kind waarvan je schrikt. Vraag even de andere kant bij de begeleiders.

Om een persoonlijk voorbeeld te geven: Soms denk ik na een schooldag uitgeput: “Wat een dag, ik was alleen maar ruzies aan het oplossen…” Als ik dan heel concreet alle kinderen na ga, en wat zij die dag deden, kom ik tot de ontdekking dat het grootste deel een prima dag heeft gehad, waarvan een paar kinderen gedurende een halfuurtje het moeilijk hadden…. Daar ben ik druk mee geweest. Het was dus slechts mijn beleving…

Kortom, er is dus heel veel te zeggen over negatieve emoties en het zal ook altijd een onderwerp blijven dat veel stof doet opwaaien.

 

 

Hannah de Vos-Beckers

Advertenties

~ door hannahdvb op 20 oktober 2011.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: